Familie, echt contact
Via mijn oproep op Facebook kreeg ik ook contact met mijn biologische nichtje.
Zij is de dochter van de zus bij wie mijn biologische moeder, Mia, woonde toen zij zwanger was van mij.
Mijn tante had haar dochters al jaren eerder verteld dat er ooit een meisje – inmiddels een vrouw – contact zou kunnen opnemen.
Ze had hen meegenomen in het verhaal. In mijn bestaan. In de mogelijkheid dat ik ooit zou gaan zoeken.
Zij hield dus al die tijd rekening met mij.
Terwijl ik niet eens wist dat zij bestond.
Pas veel later, toen ik mijn documentatie bij Fiom doorliep, ontdekte ik haar naam.
Zwart op wit.
Een tante. Familie. Iemand die wist van mij.
Mijn tante wilde graag contact met mij.
Dat heeft ze meerdere keren uitgesproken.
Maar Mia hield dat tegen.
Ze zette haar eigen zus voor een onmogelijke keuze:
óf contact met mij – en daarmee haar kwijtraken,
óf mij afwijzen – en hun band behouden.
Kies mij, en je verliest mij.
Dat was de boodschap.
Mijn tante was bang. Bang om haar zus te verliezen.
Bang voor de woede. Bang voor de breuk.
En dus sprak ze mij nooit telefonisch. Niet omdat ze niet wilde… maar omdat ze niet durfde.
Met mijn nicht Heleen heb ik twee keer telefonisch gesproken. Twee gesprekken waarin ik voelde dat er wél ruimte was.
Dat ik niet ongewenst was. Dat ik geen geheim hoefde te blijven.
Maar de regie lag niet bij mij.
Die lag bij mijn biologische moeder, Mia.
Achteraf hoorde ik dat, op het moment dat mijn oproep op Facebook online stond, de hele familie van mijn biologische moeder bij elkaar was.
Broers en zussen hielpen hun moeder verhuizen naar een aanleunwoning.
En daar, op dat moment, zou Mia haar familie hebben gevraagd — nee, geëist — om geen contact met mij op te nemen.
Wie dat toch deed, moest rekening houden met de gevolgen. Zij zou het contact verbreken.
Mijn bestaan werd opnieuw een dreigement.
Een breekpunt.
Iets waarvoor anderen moesten kiezen.
Ik was geen persoon.
Ik was een risico.
En dat is misschien wel het pijnlijkste van alles.
Een tijdje later vlak voor Valentijnsdag 2015 opende ik de mailbox van mijn website Cheetrahtravel.nl.
Daar vond ik een bericht van het broertje van mijn biologische moeder.
Zijn naam in mijn inbox.
Familie. Zomaar.
Al snel gingen we verder via WhatsApp en voegden we elkaar toe op Facebook.
Het contact liep vanzelf. Geen ongemakkelijke stiltes. Geen afstand.
Alleen nieuwsgierigheid en openheid.
Een kleine maand later dronken we samen koffie.
En er was meteen een klik.
Oom Arie en ik (Ariënne) hadden veel overeenkomsten, soms moesten we er samen om lachen.
Het contact voelde goed. Warm. Vertrouwd.
Alsof we elkaar al jaren kenden.
En dat was verwarrend.
Want dit gevoel had ik nooit eerder zo ervaren binnen mijn adoptiefamilie.
Wat ik daar voelde was loyaliteit, dankbaarheid, geschiedenis — maar dit… dit was iets anders.
Het leek bijna alsof dit was hoe “échte” familie hoort te voelen.
Herkenning zonder uitleg.
Verbondenheid zonder moeite.
Misschien was het toeval dat we zoveel gemeen hadden.
Misschien ook niet.
We kwamen later steeds vaker bij elkaar over de vloer.
Ook met zijn vrouw kon ik het verrassend goed vinden.
Vanaf het eerste moment was er openheid.
Geen afstand. Geen gereserveerdheid. Ik voelde me welkom — écht welkom.
Verjaardagen. Kleine feestjes. Gewone middagen. Af en toe leuke post door de brievenbus.
Momenten die op zichzelf misschien niet groots waren, maar voor mij alles betekenden.
We gaven elkaar aandacht, en het ging echt over en weer. Het was geen éénrichtingsverkeer.
Het voelde als oprechte interesse in mij als persoon.
Omdat deze momenten nieuw waren.
En tegelijkertijd zo vertrouwd voelden.
Alsof ik ergens binnenstapte waar ik altijd al had mogen zijn — maar nooit eerder was geweest.
En dat gevoel… dat was onbeschrijfelijk.
Toen kwam de coronaperiode.
De wereld werd kleiner. Het fysieke contact viel stil.
Maar we bleven elkaar kaartjes sturen. Kleine gebaren door de brievenbus.
Alsof we onbewust wilden vasthouden aan iets dat net was begonnen te groeien.
Helaas is er iets voorgevallen tijdens ons contact, in de zomer van 2022.
Ze waren bij ons op visite, op de verjaardag van onze zoon.
Gelukkig was onze zoon op dat moment niet binnen, hij speelde buiten met vriendjes.
Voor mij, mijn partner, mijn moeder was het een traumatische ervaring.
Ik moest met spoed met mijn moeder mee naar het ziekenhuis.
Ook zij hebben een deel van deze gebeurtenis meegemaakt, maar achteraf gingen we er allemaal
anders mee om — of misschien juist ik anders dan zij.
Ik had nog gezegd dat ik hen op de hoogte zou houden…
maar ik kon die belofte simpelweg niet waarmaken.
Op een gegeven moment werd ik gebeld in het ziekenhuis, en ik nam de oproep niet op.
Ik appte: “Ik ben in het ziekenhuis, het komt nu niet uit. We bellen later even.”
Toen ik later weer van het ziekenhuis thuis kwam, had ik nog allerlei afspraken en dingen te regelen.
Er volgde opnieuw een telefonische oproep, maar ik had geen energie meer om hen van alle informatie te voorzien.
Ik was moe, ontzettend moe, en kreeg bovendien hoofdpijn.
Eén simpel appje van mij, waarin ik schreef: “Ik bel jullie een andere keer, ik kom met hoofdpijn thuis”, werd opeens verkeerd opgevat.
Ik voelde mij niet met respect behandeld; ik werd overspoeld door een storm van negatieve berichten,
met harde woorden en beschuldigingen.
Het maakte mij verdrietig.
Ik voelde mij niet gezien.
Plotseling herkende ik hen niet meer.
Ik voelde dat ik afstand moest nemen om mezelf te beschermen.
Ik vroeg me af wat er precies was gebeurd.
Hoe kon iets dat zo goed voelde, zo omslaan?
Waarom liep het zo uit de hand?
Ik bleef achter met vragen waar nooit echt ruimte voor is gekomen.
Soms moet je blijkbaar iets heftigs meemaken voordat je de ware aard van mensen leert kennen.
Ik begrijp dat de situatie anders was dan anders.
Dat het impact heeft gemaakt.
Maar het is nu eenmaal gebeurd — en niemand heeft hier bewust voor gekozen.
Het is makkelijk om met een vinger te wijzen.
Maar ook ik stond er middenin.
Ook ik werd overvallen door wat er gebeurde.
Toch ging het steeds over hoe zij er last van hadden.
Over hoe het gelopen was.
Maar niemand vroeg hoe het voor míj was geweest.
Ik kreeg geen ruimte.
Daarom heb ik me afgekeerd van alles wat negatief was.
En afstand genomen.
Mijn prioriteit lag bij mijn moeder en mijn gezin.
Daarnaast werkte ik nog parttime.
Mijn energie ging daar volledig naartoe — naar zorg, naar liefde, naar verantwoordelijkheid.
Ik wilde pas weer contact als zij op een respectvolle en positieve manier met mij zouden kunnen communiceren.
Dat heb ik ze laten weten....
Sindsdien heb ik niets meer van hen vernomen.
Wel kreeg ik last van vreemde telefoontjes — van callcenters, bedrijven dat soort geintjes.
Ik kon het niet laten en heb ook wat teruggedaan.
Kinderachtig, ja. Want zo ben ik eigenlijk helemaal niet.
Maar soms doet frustratie iets met je.
Het werd even stil. En die stilte voelde als ademruimte.
Tot het na een tijdje opnieuw begon.
Pas nadat ik een nieuw telefoonnummer had genomen, keerde de rust echt terug.
Het was een opluchting om eindelijk weer ruimte te voelen.
Geen spanning. Geen dreiging. Geen onrust.
Gewoon rust.
Wanneer je iets traumatisch meemaakt, krijg je vaak onverwacht nieuwe Inzichten.
Daarover heb ik in een andere blog geschreven — klik hier voor meer.
Niemand weet hoe vaak ik mezelf moest herpakken
om hier te staan.
Ik zocht verbinding.
Nu kies ik rust.
Als ze weglopen — laat ze.
Als ze mij verkeerd begrijpen — laat ze.
Als ze roddelen, oordelen of twijfelen — laat ze.
Als ze er niet voor mij zijn — laat ze.
Als ze weg willen lopen — laat ze.
Als ze mijn waarde niet kennen — laat ze.
Als ze mij niet respecteren — laat ze.
Ik ren niet meer.
Ik leg niet meer uit.
Ik draag niet meer wat niet van mij is.
Laat hen.
Ik bescherm mijn energie.
Ik bewaak mijn grenzen.
Ik focus op mijn pad.
Wat voor mij is, blijft.
Wat moet forceren, hoort niet bij mij.
Ik ben niet te veel.
Ik ben niet te weinig.
Ik ben niet voor iedereen —
en dat is mijn kracht.
Ik schreef dit niet om te beschuldigen, maar om eerlijk te zijn over wat het met mij heeft gedaan.
En ik merk dat er nog steeds boosheid zit — misschien omdat ik nooit echt antwoorden of erkenning heb gekregen.
Daarnaast heeft het me veel teleurstelling, onbegrip en gekwetst vertrouwen gebracht.
Dat het inmiddels 3,5 jaar geleden is, zegt eigenlijk weinig.
Tijd heelt niet alles.
✨Pas wanneer je het een plek kunt geven, ontstaat er rust. ✨
Geschreven op 15 februari 2026