Mijn weg naar sterker worden
Waarom ik ben begonnen met krachttraining op mijn 47e...?
Ik ben altijd actief geweest.
Wandelen, fietsen, mountainbiken, werken in de moestuin — stilzitten past niet bij mij.
Ik ben graag bezig. In beweging. En met mooi weer het liefst buiten.
Een paar maanden na de geboorte van mijn zoon en een heftige keizersnede in 2016 liep ik een Mudrun van 12 kilometer in Biddinghuizen.
Ik had licht getraind, wat hardgelopen, mijn conditie opgebouwd.
Ik wilde bewijzen dat ik het kon. En dat lukte. Yeah!
Daarna deed ik van alles een beetje.
Gymmen met andere vrouwen.
Een half jaar fitnessen.
In de zomer stoppen omdat ik toch veel wandelde en mountainbikete
Bootcamp buiten — tot het te koud werd.
Weer lange wandelingen met de honden en extra lang op vrije dagen.
Toen mijn zoon op scouting ging, midden in het bos, kreeg ik ineens extra tijd voor mezelf.
Ik bracht hem op de mountainbike en reed daarna zelf nog één tot twee uur door.
En de moestuin? Dat is ook gewoon fysiek zwaar werk.
Of ging werken in de moestuin — wat eigenlijk ook gewoon zwaar fysiek werk is.
Ik deed veel.
Maar ik vond mijn draai niet.
En eerlijk? Het was vaak alles of niets.
Of ik trainde fanatiek.
Of ik liet het weer los.
Van fanatiek naar geblesseerd
In 2020, 2021 en 2022 begon ik serieus met hardlopen.
Zelfs canicross met onze herder.
Mijn record: 22 kilometer.
Tot mijn lichaam stop zei.
Hielspoor. Knieklachten.
Dat is een patroon dat ik herken:
óf ik train zonder echte structuur,
óf ik ga er zó in op dat ik over mijn grenzen ga.
Ik probeerde nog een tijdje te fitnessen via mijn werk. Gratis zelfs.
Maar ook dat verwaterde. Geen ritme. Geen focus. Vage klachten.
Bewegen deed ik altijd wel.
Maar gericht sterker worden? Dat niet.
Het inzicht
Toch voelde ik steeds duidelijker het verschil.
Druk zijn is iets anders dan gericht trainen.
Bewegen is niet hetzelfde als sterker worden.
Bewegen is altijd beter dan lang stilzitten.
Je stimuleert je bloedsomloop.
Je activeert je spieren.
Je gewrichten blijven soepel.
Je verbrandt energie.
Je hoofd wordt rustiger.
Je lichaam is gemaakt om te bewegen.
Maar sterker worden vraagt méér.
Spieropbouw vraagt om prikkel.
Om weerstand.
Om progressieve belasting.
Je spieren moeten uitgedaagd worden buiten hun comfortzone.
Dáár past je lichaam zich aan.
Dáár ontstaat kracht.
Wandelen, fietsen en tuinieren houden je fit.
Maar ze bouwen geen structurele spiermassa op — zeker niet als je ouder wordt.
En dat begon ik te begrijpen.
De knop die omging
Ik was 47.
Mijn zoon werd sterker. Groter. Sneller.
En soms merkte ik dat ik moeite kreeg om hem bij te houden.
Dat wilde ik niet.
Ik wilde niet achteruit.
Ik wilde vooruit.
Ik begon thuis met gewichten. Met elastieken. Met een matje.
Geen extreme doelen. Geen bewijsdrang.
Maar structuur.
Zelfs op vakantie nam ik mijn spullen mee.
Dit keer wilde ik mijn eigen structuur opbouwen en niet opgeven.
Na de zomervakantie schreef ik me weer in bij de sportschool.
Rustig opgebouwd: eerst één keer per week. Daarna twee keer per week, daarna drie keer per week.
Dit keer niet om iets te bewijzen.
Maar om te bouwen.
Voor mezelf.
Wat veranderde?
Onderweg merkte ik iets.
Herstel duurt langer als je ouder wordt.
Spierkracht blijft niet vanzelf.
Je lichaam verandert.
Maar ik merkte ook:
Je hebt zelf invloed.
Op mijn 47e besloot ik daar verantwoordelijkheid voor te nemen.
Niet wachten tot kracht verdwijnt.
Maar bewust investeren in spieropbouw, conditie en gezondheid.
Wat begon als “weer wat serieuzer trainen”
groeide uit tot een nieuwe mindset.
Ik train niet meer om mezelf uit te putten.
Ik train om sterker te worden.
Fysiek én mentaal.
En ja — ik vond het ook fijn om wat kilo’s kwijt te raken.
Maar inmiddels weet ik: sporten alleen is niet genoeg als je wilt veranderen.
Voeding speelt een minstens zo grote rol!
Daarover schrijf ik verder in mijn blog over gezonde voeding. (link volgt later)
Want resultaat vraagt om een combinatie van training, herstel en bewuste keuzes.
Geen extremen.
Maar consistentie.
Reactie plaatsen
Reacties