Ontmoeting en confrontatie

In de tweede week van februari 2015 sprak ik telefonisch met Petra, een oude jeugdvriendin van mijn biologische moeder.
Zij was degene die mij eindelijk de naam gaf waar ik jarenlang naar had gezocht.

Ik weet nog precies hoe het voelde.
Ik zat stil. Luisterde. Wachtte.

En toen sprak zij zijn naam uit.

Mijn biologische vader had ineens een naam: Hans.
Geen vraagteken meer. Geen leegte. Een naam.

Dit was het moment waar ik jarenlang naartoe had gewerkt.

Mijn biologische vader, Hans, bleek negen jaar ouder dan mijn biologische moeder, Mia.
Samen met zijn broer runde hij een club in de plaats waar zij woonden.

Dat was de wereld waarin mijn verhaal begon.

Tijdens ons gesprek vertelde Petra ook meer over vroeger.
Over hoe zij en mijn biologische moeder elkaar hadden leren kennen en veel met elkaar optrokken in die periode.

Het was bijzonder om eindelijk iets meer te horen over een tijd die voor mij altijd onbekend was gebleven.

Met zijn naam begon ook de volgende stap.
Ik zocht hem op via Facebook.

Toen ik een vrouw tegenkwam die opvallend veel op mij leek, voelde ik mijn hart sneller slaan.

Zou dit mijn halfzus kunnen zijn?

Ik stuurde haar een bericht, legde mijn verhaal uit en wachtte af.

Ze bleek mijn nicht te zijn.
En ze wilde mij helpen.

Op 9 februari 2015 ging mijn telefoon.

Voordat ik opnam, keek ik een paar seconden naar het scherm.

Dit was familie.

Wat een warme en aardige man had ik aan de lijn.
We spraken ongeveer twintig minuten. Hij vertelde dat het hem niet verbaasde dat ik naar Hans op zoek was.

Hans en zijn twee broers leefden in die tijd een vrij uitbundig leven. Cafés, clubs en discotheken. Een wereld vol beweging.

Ik luisterde.
En voelde hoe mijn eigen geschiedenis zich langzaam begon te ontvouwen.

Hij zei dat hij zijn broer zou bellen.

Ik hing op.

En wist: dit was nog maar het begin.

Ik ben dankbaar dat ik hem toen heb mogen spreken.


Het telefoontje dat alles dichterbij bracht

Nog geen vijf minuten later ging mijn telefoon.
Het was de broer van Hans — of eigenlijk: mijn oom.

Hij vertelde uitgebreid over Mia en over de relatie die Hans met haar had gehad.
Het was bijzonder om dat te horen. Verhalen over mijn begin, over een tijd waarin ik nog niet bestond,
maar waarin mijn oorsprong al vastlag.

Ook hoorde ik achtergrondverhalen over de familie van deze oom en van Hans.
Opmerkelijk genoeg had ik zelf jarenlang in dezelfde omgeving gewoond.
Zo dichtbij waren ze in mijn twintiger jaren… en toch zo ver weg, omdat ik toen nog niets wist.

We spraken ruim drie kwartier.
Wat een warme, aardige man. Zijn stem was rustig en vertrouwd.

Hij vertelde dat hij Hans zou bellen en hem op de hoogte zou brengen.

Hij nodigde me uit om een keer langs te komen als ik in de buurt was. Dat is er uiteindelijk nooit van gekomen.

Wel sprak ik hem nog in maart 2015, nadat “mijn” artikel in de krant had gestaan.
We hadden een openhartig gesprek van ongeveer 45 minuten, waarin hij vertelde over zijn leven en over de broers.

Op 8 mei 2024 is deze oom overleden.
Ik ben blij dat ik hem toen heb mogen spreken, al heb ik achteraf ook spijt dat ik hem nooit ben gaan opzoeken.

Hopelijk rust hij in vrede ♥

Anderhalf uur later…

Mijn telefoon ging.
Dit keer zonder twijfel in mijn hoofd.

Ik nam op.

Mijn biologische vader, Hans.

Even was er alleen stilte.
Aan beide kanten van de lijn. Alsof we allebei moesten landen in wat dit betekende.

Mijn hart sloeg hard.
Ik wist: dit gesprek brengt me dichterbij hem.
Maar wat hij zou zeggen, en wat het met me zou doen… dat kon ik op dat moment nog niet overzien.

We spraken ongeveer een half uur.

Hij begon rustig. Over zijn jeugd.
Zijn werk als uitsmijter. Het leven dat hij toen leidde.
Alsof hij de tijd wilde terugspoelen voordat hij bij het moeilijke stuk uitkwam.

En toen kwam Mia.

Zijn stem veranderde iets. Niet dramatisch, maar voelbaar anders.

Hij vertelde dat hun contact op een gegeven moment zomaar stopte. Dat hij haar ineens niet meer zag.

Even viel het stil in het gesprek.
Tot hij verder ging.

In 1978, na mijn geboorte, had hij een brief van Mia ontvangen.
Ik schrok ervan,” zei hij. “Ik wist niet dat ze zwanger was.

In die brief stond dat ik een jongen was en dat ik ter adoptie was afgestaan.

Die zin bleef even hangen.

Alsof hij zelf even moest landen in wat hij uitsprak.

Hij vertelde daarna dat hij en zijn omgeving hadden geprobeerd mij te vinden, maar dat het niet was gelukt.
Het leven ging verder, zei hij, maar ergens was iets open blijven staan.

Ik luisterde vooral.

Alles wat hij zei maakte het beeld groter. Niet alleen van hem, maar ook van mijzelf.
Van hoe dat begin ooit zo is ontstaan, zonder dat iemand wist hoe het verder zou lopen.

Het raakte me dat hij er zo over sprak. Niet afstandelijk, maar alsof het altijd ergens aanwezig was geweest.
Alsof hij ergens had gevoeld dat ik ooit zou komen.
Hij vertelde dat hij er altijd vanuit was gegaan dat ik een jongen was.
Al die jaren, vanaf 1978 tot februari 2015. En nu bleek ik ineens een volwassen vrouw te zijn.
Dat contrast was groot en moest hij even verwerken.

Toen het gesprek naar het einde ging, zei hij dat hij me graag wilde ontmoeten.

Niet ooit. Niet later. Maar echt.

We spraken af om een datum te prikken.

Er viel even stilte na dat besluit.

Een stilte waarin alles wat daarvoor was gebeurd opeens anders voelde.

Niet meer zoeken. Niet meer wachten.
Maar iets dat vorm kreeg.

En ergens daar, in dat moment, besefte ik:
dit is niet meer iets dat onderweg is.

Dit gebeurt nu.

Alles laten bezinken.. 

Het was veel informatie in zo’n korte tijd.
Dingen waar ik niet om had gevraagd, maar die ineens onderdeel werden van mijn verhaal.

We hadden ook contact via Facebook Messenger.

Op een gegeven moment stuurde hij mij:

Ik wil eigenlijk Mia wel spreken. Beetje raar wat ze gedaan heeft. Ik heb haar toen al verteld dat ik wilde weten waar die jongen was.
Voorop stond dat hij niet in een tehuis of iets dergelijks terecht zou komen. Ik en mijn vrouw zouden er dan voor willen zorgen."

Ik las het meerdere keren en probeerde het te plaatsen.

Ik vertelde hem dat ik Mia nooit had gesproken.
Dat ik alleen een oud telefoonnummer had, dat al snel niet meer werkte.

Meer wist ik niet. Alleen een plaats. Geen richting. Geen ingang.
En iemand vinden die niet gevonden wil worden… dat is iets anders dan zoeken.

Het bleef even hangen.

Niet alleen wat hij schreef, maar vooral wat het met mij deed.

Alsof er iets in beweging was gezet dat niet meer terug te draaien viel.

En ergens werd het ineens helder:

We zouden elkaar gaan ontmoeten.


Vandaag zou ik hem eindelijk ontmoeten

Ik was zenuwachtig.
De autorit voelde eindeloos. Wat normaal veertig minuten was, leek nu uren te duren.
Elke bocht, elk verkeerslicht leek mijn spanning verder op te bouwen.

Dit was niet zomaar een afspraak.
Dit was waar ik zo lang naartoe had geleefd.

We hadden afgesproken op woensdag 18 februari 2015, in zijn eigen café.

Toen ik aankwam en naar binnen stapte, zag ik hem zitten.
En op dat moment werd alles echt.

Hij stond op, en ik liep naar hem toe.
We groetten elkaar. Een eerste ontmoeting die tegelijk vertrouwd en onwerkelijk voelde.

Hij vroeg wat ik wilde drinken en opende het raampje van de bar.
Daarna gingen we zitten aan een kleine tafel bij het raam.

Even was het stil.

En daarna begonnen we te praten.
Over zijn herinneringen, over Mia, over de tijd waarin ik nog niet bestond. Over hoe hij opgroeide, en over alles wat ik tot dat moment nog niet wist.

Ik had een mapje meegenomen met foto’s van baby tot nu.

Het was meer dan een gesprek. Het voelde als het begin van iets dat vorm kreeg.

Aan het eind van de middag stond ik op, diep geraakt en nog nauwelijks in staat alles te bevatten.

Ik had een gezicht bij de verhalen gekregen. Een stem bij de stilte van al die jaren.

En terwijl ik naar buiten liep, wist ik: dit was niet het einde van een zoektocht.

Maar het begin van iets nieuws.


Eind goed, al goed

En ik wist: dit was slechts het begin van een nieuwe fase in mijn leven — en in het onze.

We wisten nu van elkaars bestaan.
Ik had hem ontmoet.
En hij had mij ontmoet — zijn zoon… nee, zijn biologische dochter.

De grote leugen van mijn biologische moeder Mia.
Waarom ze dat heeft gedaan, zal waarschijnlijk altijd ergens in het midden blijven hangen.
Onuitgesproken. Onverklaard.

Het voelde als een nieuw begin.
Al zou de tijd daarna laten zien dat het anders zou verlopen dan ik had gehoopt.

Hij vroeg me:
“Wat wil je dat ik doe? Wil je dat ik je uitnodig voor mijn verjaardagsfeest over twee weken?”

Ik vertelde hem dat dat niet nodig was en dat ik me niet wilde opdringen.

Wat ik vooral wilde, was ons gesprek van onze eerste ontmoeting in het café voortzetten en elkaar beter leren kennen.

Ik liet hem weten dat ik geen verwachtingen had van ons contact.
Dat ik niet op zoek was naar een tweede vader — ik heb altijd een vader gehad die mij heeft opgevoed en gevormd.

Maar ik besefte ook iets anders.

Voor mij was dit een proces dat al jaren liep.
Voor hem kwam ik ineens zijn leven binnen.

Zomaar.

En dat moest hij ook verwerken.  

🍀  Eerlijk gezegd wist ik zelf ook nog niet precies wat deze nieuwe werkelijkheid vroeg.
We moesten het eerst laten landen.

In die periode had ik ook contact met mijn halfzus en halfbroertje, die niet wisten van mijn bestaan.
Er ontstonden situaties en spanningen die achteraf ingewikkeld bleken.

Misschien was ik te enthousiast. Misschien kwam het te snel binnen in hun wereld. Misschien werd er gedacht dat ik hun vader wilde afpakken.

Dat is nooit mijn intentie geweest.
Het enige wat ik wilde, was hem beter leren kennen.

Reflectie en acceptatie.

In maart 2015 sprak ik Hans voor het laatst telefonisch.
Het was geen fijn gesprek, al zijn de details inmiddels wat vervaagd.

Eind juli 2015 stuurde ik hem nog een bericht via Messenger.

Om te laten weten dat ik een nieuw telefoonnummer had, zodat hij mij kon bereiken.

Ik heb nooit meer een reactie ontvangen. Het bezinken duurt inmiddels elf jaar.

Elf jaar stilte.
Elf jaar zonder woorden.

En ergens onderweg is die stilte veranderd.

In acceptatie.

Het is wat het is.
Het was wat het was.
Het zal zijn wat het zal zijn.


Alles wat ik je nooit in woorden heb kunnen uitleggen.

Inmiddels heb ik Hans op 15 februari 2026 via Messenger een bericht gestuurd.
Ik heb hem laten weten dat mijn verhaal rondom adoptie online staat.

Ik stuurde hem dit:
Ondanks dat we geen contact meer hebben, wilde ik je laten weten dat ik mijn verhaal over adoptie en mijn zoektocht heb gedeeld.
Als je het wilt lezen, hier is de link: (Ik heb de link naar “mijn zoektocht” met hem gedeeld)
Het is een belangrijk deel van mijn leven geweest, en ik wilde je de kans geven om mijn kant te lezen en te begrijpen hoe het voor mij is geweest.

Niet om iets af te dwingen.
Niet om alsnog antwoorden te krijgen.

Maar omdat ik wil dat hij kan lezen wat adoptie — en de zoektocht naar hem — met mij heeft gedaan.

Wat het betekent om te leven met vragen over je afkomst.
Wat het doet met je identiteit.
Met je gevoel van bestaansrecht.
Met het gemis van informatie die voor anderen vanzelfsprekend is.

Misschien leest hij het.
Misschien ook niet.

Maar dit keer heb ik gesproken.
Open. Eerlijk. Zonder verwachting.

En dat alleen al voelt anders.


Ik kreeg een antwoord.

Na mijn bericht liet hij een dag later weten dat hij alles zou lezen en later zou reageren.
Hij woonde in een ander land met tijdsverschil en slecht internet.

Ik gaf aan dat hij alle tijd mocht nemen en dat ik zijn reactie zou afwachten.

Op 28 februari 2026 ontving ik zijn bericht:

“Hoi Arienne, Ik heb alles gelezen. Dan en dan ben ik weer in Nederland. Zullen we dan eens afspreken?
Ik kan misschien nog aanvullende info geven.

Groetjes, Hans”

Ik vind het spannend dat hij wil afspreken en ben blij dat hij de moeite neemt.

Word vervolgd....


In het volgende deel vertel ik wie mij nog meer heeft benaderd en contact met mij zocht naar aanleiding van mijn oproep op Facebook.
Het contact raakte iets in mij dat ik nooit eerder had gevoeld, een warmte en verbondenheid.

Meer hierover kun je lezen in Deel 7: Familie, echt contact.

Geschreven op 15 februari 2026 -- Maart 2026