Ontmoeting en confrontatie
In 2015 had ik telefonisch contact met de vrouw die mij de naam gaf waar ik al zo lang naar zocht.
Ik weet nog precies hoe het voelde.
Ik zat stil. Luisterde. Wachtte.
En toen sprak zij zijn naam uit.
Mijn biologische vader had ineens een naam, Hans
Geen vraagteken meer. Geen leegte. Een naam.
Dit was het moment waar ik jarenlang naartoe had gewerkt.
Ze vertelde dat zij vroeger bevriend was met mijn biologische moeder, Mia.
Ze werkten samen. Waren veel bij elkaar. In de periode waarin mijn verhaal begon.
Mijn biologische vader, Hans, bleek negen jaar ouder dan Mia.
Samen met zijn broer runde hij een club in de plaats waar zij woonde.
Dat was de wereld waarin ik ben ontstaan.
Met zijn naam begon de volgende stap.
Ik zocht hem op via Facebook.
Toen ik een vrouw tegenkwam die opvallend veel op mij leek, voelde ik mijn hart sneller slaan.
Zou dit mijn halfzus kunnen zijn?
Ik stuurde haar een bericht.
Legde mijn verhaal uit.
En wachtte.
Ze bleek mijn nicht te zijn.
En ze wilde mij helpen.
Op 9 februari 2015 ging mijn telefoon.
Voor ik opnam, keek ik een paar seconden naar het scherm.
Dit was familie.
Wat een warme, aardige man had ik aan de lijn.
We spraken ongeveer twintig minuten. Hij vertelde dat het hem niet verbaasde dat ik naar Hans op zoek was.
Hans en zijn twee broers leefden in die tijd een vrij uitbundig leven. Cafés. Clubs, Discotheken. Een wereld vol beweging.
Ik luisterde.
En voelde hoe mijn eigen geschiedenis zich langzaam begon te ontvouwen.
Hij zei dat hij zijn broer zou bellen.
Ik hing op.
En wist: dit was nog maar het begin.
Ik ben dankbaar dat ik hem toen heb mogen spreken..
Het telefoontje dat alles dichterbij bracht
Binnen vijf minuten ging mijn telefoon.
Het was broer nummer twee.
Of eigenlijk: oom nummer twee.
Wauw… dat ging wel heel snel!
Hij vertelde uitgebreid over Mia en over de relatie die Hans met haar had.
Het was bijzonder om dat te horen — verhalen over mijn begin, over een tijd waarin ik nog niet bestond, maar waarin mijn oorsprong al lag.
Ook hoorde ik achtergrondverhalen over de roots van deze oom en van Hans.
Opmerkelijk genoeg had ik zelf jarenlang in diezelfde buurt gewoond.
Zo dichtbij waren ze in mijn twintiger jaren… en toch zo ver weg, omdat ik toen nog niets wist.
We spraken ruim drie kwartier.
Wat een warme, aardige man. Zijn stem voelde geruststellend.
Hij vertelde dat hij Hans zou bellen en hem op de hoogte zou brengen.
Hij nodigde me ook uit om een keer langs te komen als ik in de buurt was… dat heb ik nooit gedaan.
Wel sprak ik hem nog in maart 2015, nadat ‘mijn’ artikel in de krant had gestaan.
We hadden een openhartig gesprek van 45 minuten, waarin hij vertelde over zijn leven en over de broers.
Op 8 mei 2024 is deze oom overleden.
Ik ben blij dat ik hem toen heb mogen spreken.
Hopelijk rust hij in vrede ♥
Nu, achteraf, heb ik spijt dat ik hem nooit ben gaan opzoeken.
Anderhalf uur later…
Mijn telefoon ging.
Ik nam op.
Mijn biologische vader, Hans.
Mijn hart bonkte. Ik wist dat dit gesprek een stap dichter bij hem was — maar wat er zou volgen, kon ik nog niet bevatten.
We spraken ongeveer een half uur.
Hij vertelde dat hij altijd wist dat ik naar hem op zoek zou gaan.
Over zijn jeugd, zijn werk als uitsmijter, zijn relatie met Mia en hoe hij haar plotseling niet meer zag.
In 1978, na mijn geboorte, had hij een brief van Mia ontvangen.
"Ik schrok er van, ik wist niet dat ze zwanger was," zei hij.
In die brief stond dat ik een jongen was en dat zij mij had afgestaan ter adoptie.
Hij vertelde ook over zijn gezin, de zoektocht naar mij en hoe ze mij niet konden vinden.
Het maakte alles tastbaar: zijn leven, de tijd, de keuzes, en het gat dat ik opvulde.
Het raakte me dat hij me alles vertelde, alsof hij wist dat ik ooit zou zoeken.
Aan het eind van ons gesprek spraken we af een datum te prikken om elkaar echt te ontmoeten.
Op dat moment voelde ik: alles wat er tot nu toe was gebeurd, leidde naar dat ene moment.
Alles laten bezinken..
Het was veel informatie… in zo’n korte tijd.
Dingen waar ik niet om had gevraagd — maar die ineens deel werden van mijn verhaal.
We hadden ook contact via Messenger.
Hij moest even wennen aan het idee dat ik een jonge vrouw was, en geen jongeman.
Eens stuurde hij mij:
"Ik wil eigenlijk Mia wel spreken. Beetje raar wat ze gedaan heeft. Ik heb haar toen die tijd al verteld dat ik wilde weten waar die jongen was. Voorop stond dat ik niet wilde dat die in een tehuis of wat dan ook terecht zou komen. Ik en mijn vrouw zouden er dan voor willen zorgen."
Ik vertelde hem dat ik Mia nooit had gesproken.
Dat ik slechts een telefoonnummer had, dat al snel niet meer werkte.
Het enige wat ik wist, was in welke plaats ze woonde…
Maar hoe vind je iemand die niet gevonden wil worden?
En vooral na mijn oproep: iedereen leek nu te weten van haar verleden.
Iets wat ze jarenlang had weggestopt, alsof ik nooit had bestaan.
Vandaag zou ik hem eindelijk ontmoeten
Ik was zenuwachtig. De autorit leek eindeloos; wat normaal 40 minuten was, voelde als uren. Elke bocht, elk verkeerslicht verhoogde mijn spanning.
Dit was niet zomaar een afspraak.
Dit was het moment waar ik zo lang op had gewacht.
We hadden afgesproken op woensdag 18 februari 2015 in zijn café.
Toen ik binnenstapte, zag ik hem zitten… en ineens was alles echt.
Hij vroeg wat ik wilde drinken en opende het raampje.
We gingen zitten aan een kleine tafel bij het raam.
De woorden die we uitwisselden waren tegelijk gewoon en bijzonder:
over zijn herinneringen, over Mia, over de tijd dat ik nog niet bestond, en over de momenten die mij hadden gevormd.
Ik had een mapje mee met foto’s van baby tot op dat moment— een gesprek dat ik ook graag met Mia had willen voeren.
Maar nu zat ik tegenover mijn biologische vader.
Het was meer dan een gesprek; het was een eerste verbinding, een stukje van mijn geschiedenis dat eindelijk tastbaar werd.
Aan het eind van die middag stond ik op, diep geraakt en verwonderd.
Eindelijk had ik een gezicht bij de verhalen, een stem bij de stilte van al die jaren.
En ik wist: dit was slechts het begin van een nieuwe fase in ons leven.
Eind goed, al goed
En ik wist: dit was slechts het begin van een nieuwe fase in mijn leven — en in het onze.
We wisten nu van elkaars bestaan.
Ik had hem ontmoet.
En hij had mij ontmoet — zijn zoon… nee, zijn biologische dochter.
De grote leugen van mijn biologische moeder Mia.
Waarom ze dat heeft gedaan, zal waarschijnlijk altijd ergens in het midden blijven hangen.
Onuitgesproken. Onverklaard.
Het voelde als een nieuw begin.
Al zou de tijd daarna laten zien dat het een andere wending zou krijgen dan ik had gehoopt.
Hij vroeg:
"Wat wil je dat ik doe? Wil je dat ik je uitnodig voor mijn verjaardagsfeest over twee weken?".
Ik vertelde hem dat ik me niet wilde opdringen en dat ik daar zelf ook niet op zat te wachten.
Wat ik écht wilde, was hem ontmoeten.
Meer weten over de familie.
Zijn achtergrond leren kennen.
En informatie krijgen over eventuele erfelijke ziekten.
Maar ik besefte ook dat ik al verder was in dit proces dan hij.
Voor mij was de zoektocht al maanden — misschien zelfs jaren — bezig.
Voor hem kwam ik ineens zijn leven binnen.
Zomaar.
Hij moest het ook verwerken.
Misschien dacht hij dat ik verwachtingen had.
Dat ik een plek wilde opeisen.
Dat ik een tweede vader zocht.
Ik heb hem laten weten dat dat niet zo was.
Dat ik geen verwachtingen had.
Dat ik niet op zoek was naar een tweede vader — ik heb altijd een vader gehad die mij heeft opgevoed
en mij de normen en waarden van het leven heeft meegegeven.
Maar eerlijk gezegd wist ik zelf ook niet precies wat ik hiermee aan moest.
We moesten het eerst maar eens laten bezinken.
In die periode had ik nog contact met mijn halfzus en -broertje, die niet wisten van mijn bestaan.
Er werden dingen gezegd en gedaan die niet hadden mogen gebeuren.
Misschien was ik te enthousiast.
Misschien werd er gedacht dat ik hun vader wilde afpakken.
Dat is nooit mijn intentie geweest.
Reflectie en acceptatie.
In maart 2015 heb ik Hans voor het laatst telefonisch gesproken.
Eind juli 2015 stuurde ik hem nog een bericht via Messenger.
Om te laten weten dat ik een nieuw telefoonnummer had
en dat hij mij daar kon bereiken.
Ik heb nooit meer een reactie ontvangen.
Dat “bezinken” duurt inmiddels elf jaar.
Elf jaar van stilte.
Elf jaar zonder een woord.
En ergens onderweg is die stilte veranderd.
In acceptatie.
Het is wat het is.
Het was wat het was.
Het zal zijn wat het zal zijn.
En ik heb er vrede mee.
Mocht hij mij ooit nog willen bereiken,
dan weet hij vast hoe dat kan.
Inmiddels heb ik hem op (15 februari 2026) zelf een bericht gestuurd.
Ik heb hem laten weten dat deze weblog online staat.
Niet om iets af te dwingen.
Niet om alsnog antwoorden op te eisen.
Maar omdat ik zou willen dat hij leest wat adoptie — en de zoektocht naar hem — met mij heeft gedaan.
Wat het betekent om te leven met vragen over je afkomst.
Wat het doet met je identiteit.
Met je gevoel van bestaansrecht.
Met het gemis van informatie die voor anderen vanzelfsprekend is.
Misschien leest hij het.
Misschien ook niet.
Maar dit keer heb ik gesproken.
Open. Eerlijk. Zonder verwachting.
En dat alleen al voelt anders dan elf jaar geleden.
In het volgende deel vertel ik wie mij nog meer heeft benaderd en contact met mij zocht naar aanleiding van mijn oproep op Facebook.
Het contact raakte iets in mij dat ik nooit eerder had gevoeld, een warmte en verbondenheid.
Meer hierover kun je lezen in Deel 7: Familie, echt contact.
Geschreven op 15 februari 2026